1.
Kleuteronderwijs
Mijn ouders hebben me zo vroeg
mogelijk laten instromen in het onderwijs. Hierdoor heb ik het volledige
kleuteronderwijs gevolgd in de basisschool te Boxbergheide, Genk. Het was de
buurtschool, op slechts een paar straten van mijn thuis. In mijn buurt wordt
het ook wel ‘De Witte School’ genoemd.
Van het kleuteronderwijs herinner ik
me niet meer veel, buiten het feit dat alles spelenderwijs was.
2.
Lager onderwijs
Het grootste gedeelte van het lagere onderwijs heb ik gevolgd in
de vrije basisschool 'De Lettermolen' in Termolen, Zonhoven. Een aantal dingen
zijn me duidelijk nagebleven van deze school.
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEiiJOjhxWsdz339Znd9BWlw5RfqpzUYPZdjQ9N_50Me3bIOasUYGk4TDiY2c4ObkJgod-fxox0Qa-gtWz-e_koy8s-TiD57emCJtdzdFi2_mguTQ-OQvigOMQ1aKY0hdEGogXYN9Ib8ScIc/s400/Scan_20171106+%25283%2529.jpg)
Mijn allereerste schoolfoto
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEjJXYW6k8sgTAFUu58efsS-kAmfqNuocBw_LSb0Uj1nMYZJpPUeyyWrdmrm-BP9l9BmDrua1g9bTWGkSPLRECOxmwkUeo9Hw84yxEi2HUcLlOEkyaG0XmzjVtLdzDXcHsScmaADavyrZiyQ/s400/Scan_20171106+%25284%2529.jpg)
Eerste klasfoto in De Witte School
2.1.
Structuur
Elk leerjaar had een A- en een B-klas. In elke klas zaten ongeveer
even veel leerlingen. Normaliter zat je elk opeenvolgend leerjaar in min of
meer dezelfde klasgroep. In de klas had elke leerling vaste plaatsen. Er was
één vaste leerkracht per klas die je nagenoeg voor elk vak kreeg. Daarnaast was
er ook een aparte leerkracht voor de uren plastische opvoeding (PO), schaken,
Frans en lichamelijke opvoeding (LO).
2.2.
Begeleiding
Ik startte in deze basisschool in het tweede leerjaar.
Kleuteronderwijs en het eerste leerjaar lager onderwijs volgde ik aan een
andere basisschool. De nieuwe start vond ik dan ook beangstigend. Ik voelde me
onzeker. De leerkrachten hebben mijn komst echter goed aangepakt en ervoor
gezorgd dat ik werd opgenomen in de klasgroep.
Het verschil tussen de leesteksten in mijn oude - en nieuwe
basisschool was groot. In het lager onderwijs leer je als kind lezen. Je
vordert en gaat zo steeds naar een hoger niveau. Wat erop neer komt dat je
steeds sneller en meer moet lezen, maar ook steeds moeilijkere boeken. In mijn
oude basisschool bleek dat mijn niveau niet goed genoeg was en ik niet snel
genoeg vooruitging. Bij de nieuwe basisschool ging mijn niveau echter snel vooruit. In
mijn nieuwe school voelde ik me aangemoedigd en gestimuleerd om te verbeteren
en vooruit te gaan. De leerkracht waar ik naartoe moest gaan om bij te gaan
oefenen en te lezen, waarbij de leerkracht mijn niveau beoordeelt, zat er niet
zomaar bij, maar was oprecht geïnteresseerd in mijn evolutie op het gebied van
lezen. Ook vond de leerkracht het belangrijk goede feedback te geven, om toch
maar ervoor te zorgen dat je als leerling wél vertrouwen in jezelf kreeg.
Kortom, ik voelde me als leerling meer gewaardeerd. Ik kreeg positieve
aandacht. De relatie leerkracht-leerling was een stimulerende en motiverende relatie (informeel, niet-gepland curriculum). Dit stimuleerde me om verder te ontwikkelen.
[Het informeel niet-geplande curriculum zijn de socio-psychologische interacties tussen leerlingen of studenten en leerkrachten, me nadruk op gevoelens, attitudes en gedragingen (Ornstein & Hunkins, 2016).]
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEjf6Spl2IjPpacqcvf-0zLOU-bnpOmb_oI97RpVAnfpMJW8oZIBkBA0KpuZ2zPvCObP63kpm7gjodGD-6wcvZKAXwgoZp1z5soRFkTl5vwJzZuEnlo6vC72tlxEfQckcjiQ5YsbJ67YqLTV/s400/Scan_20171106+%25289%2529.jpg)
De eerste klasfoto in mijn nieuwe school in Zonhoven
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEjCrkDrTas3LAgdH32h8JQ9XlyCTGMMguSTk7v7OWD8pWVb3ATyMlQXw_AcYdu8fzhWg0aA_vG_hSiipyJ-mPmauGZHjEU25ihFIfIcEl9ovJM-etXKCM20a-M3pcvDMwUOtv_FNXpbrCmb/s400/Scan_20171106+%252812%2529.jpg)
Het vijfde leerjaar lager onderwijs
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEiIWCnfXjkfRdxtUamlKwZus2IWu_4fsRWC0U70ZO-ablmifpZg-C-yXiwTUpP1hiU0GnaO4YaSgg0dBq67RLRJUI9_05dIeHenyFfboMUy6IzV95M-5SYCfHQiL1lZWq2O2N1erlxRvA_V/s400/Scan_20171106+%25282%2529.jpg)
Het zesde leerjaar (het laatste!) lager onderwijs
2.3.
Zorg voor elkaar
De laatste twee leerjaren konden we als leerlingen ervoor kiezen
om op vrijwillige basis kleuters van de school te begeleiden en ondersteunen.
Als ouderejaars leerling kon je dus optreden als tutor van één of meerdere
kleuters. Zo kon je bijvoorbeeld één kleuter onder je hoede nemen en een soort
vertrouwenspersoon voor deze kleuter worden of kon je bijvoorbeeld tijdens de
middagpauze de leerkrachten helpen bij het middagmaal van de kleuters.
[De Vrije Basisschool Lettermolen wilde de leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar leren hoe je zorg moest dragen voor anderen. Dit is een vorm van impliciet curriculum. Deze vorm van curriculum zijn de cognitieve - en sociale waarden die een school leert aan haar leerlingen (Ornstain & Hunkins, 2016).]
2.4.
Participatie
De school veranderde van naam toen ik in mijn laatste jaar zat. De
officiële overgang kwam hierdoor pas nadat ik reeds in mijn eerste middelbaar
zat. Ik herinner me echter nog goed hoe sterk De Lettermolen inzette op
inspraak van leerkrachten én leerlingen. Zo mochten wij allemaal stemmen voor
de nieuwe toekomstige naam van de school. Dit toont hoe de school bezig was met
participatie en inspraak van alle actoren en stakeholders.
2.5.
Normen en waarden
De wekelijkse uitdeling van fruit- en groenten herinner ik me ook
nog goed. Mijn ouders betaalde er uiteraard wel voor, maar elke week werd er dus
op woensdag fruit en groenten uitgedeeld. Zo probeerde de school niet enkel de
leerlingen een bepaalde moraal (impliciet curriculum) mee te geven, zoals ‘eet veel groenen en fruit’,
maar ook toonde de school op deze manier dat ze bezig waren met thematieken
zoals gezondheid van de leerlingen. Het werd gestimuleerd en werd zelfs een
echte 'must' om eraan mee te doen. Op dat moment stond ik er niet echt bij
stil. Ik was vooral blij dat ik wat lekkers kreeg.
De belangrijkste boodschap (impliciet curriculum) die deze school me heeft gegeven is het
geloof in andere mensen. De leerkrachten toonde de leerlingen in de school hoe
belangrijk het was om in elkaar te geloven. Zo herinner ik me nog dat ik zeer
onzeker was over mijn overgang naar het middelbaar onderwijs. Wilde ik nu Latijn
of toch Moderne Talen doen? De klasleerkracht begeleide me in deze keuze en
stimuleerde me om in mezelf te geloven. Ook al zie je het gehele traject jouw
leerkracht als een boze, enge vrouw of man, toch maakte mijn klasleerkracht
duidelijk dat mijn keuze om Latijn te gaan volgen een goede keuze was die zeker
haalbaar voor mij zou zijn.
Kortom, deze school was niet enkel bezig met lesgeven om de
eindtermen en ontwikkelingsdoelen te behalen. Deze school houdt rekening met
haar leerlingen en zet sterk in op het aanleren van normen en waarden die
belangrijk kunnen zijn in het leven en de samenleving.
[Het verborgen curriculum is een deel van het curriculum dat leerlingen sowieso zullen leren, ook al staat het niet geschreven in het curriculum (Ornstein & Hunkins, 2016). Het ontstaat in de interacties tussen leerlingen onderling en tussen leerkrachten en leerlingen. Deze interactie brengt bepaalde ideeën naar boven (Ornstein & Hunkins, 2016).]
3.
Secundair onderwijs
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEjtkUjvaQANPKtjg6ktSyAmTF7p9ycqFCZIStDXw2LSAkm5QtD7pvQGBLeTlkXh6k2XsPCkvv2y-GUmFLvdxgezOUOPt1C2mVPQnHw680-5mCOzJolE2v8QicHZQGy7EkD72CUqcs12QHs2/s400/Scan_20171106+%25287%2529.jpg)
Twee bovenstaande foto's:
eerste leerjaren secundair onderwijs in de 'onderbouw'
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEhZHCTPrrFb9Ic1tgj76aXx3ZvgFW0i-1JJN3HAZgHZGgfRzBdjJbgoMlpgboit2KnRTck7L9ttZ1kRhM6El1RunfSDwvcsbW_2mvtroIbOPppIjZlqjSZhZSVK5XXRNuZjGoJxt1PkP6xu/s400/Scan_20171106+%252811%2529.jpg)
Twee bovenstaande foto's:
vervolgopleiding secundair onderwijs in de 'bovenbouw'
3.1.
Structuur en opbouw
Na mijn lager onderwijs ging ik mee met het grotendeel van de
stroming van leerlingen en vrienden. Bijna al mijn vrienden gingen, zonder al
te veel nadenken, naar de secundaire school de 'Vrije Middenschool (VMS)
Zonhoven'. Deze school biedt enkel de eerste twee leerjaren van de eerste graad
secundair onderwijs aan.
Als leerling van VMS was het haast een ongeschreven regel om, na
de twee gevolgde leerjaren op deze school, door te stromen naar de secundaire
school 'Sint-Jan Berchmansinstituut (SJB) Zonhoven'. Deze school biedt enkel de
vier leerjaren van de tweede - en derde graad secundair onderwijs aan en is
sterk gericht op haar aanbod in richtingen binnen het ASO. Daarnaast biedt deze
school ook een beperkt aanbod in TSO en BSO richtingen aan.
Vanuit overheidsperspectief is het dan ook perfect mogelijk om
twee aparte scholen te zijn, maar min of meer samen te horen. SJB was het
verdere verloop van VMS, maar toch opereren beide scholen als onafhankelijk.
Elk hebben ze hun eigen onderwijsbeleid, zoals bijvoorbeeld een eigen
onderwijsfilosofie, lerarenkorps, website, reglement en dergelijke meer.
3.2.
Lessen
De eerste grote aanpassing van het lager onderwijs naar het
secundair onderwijs was de manier van lesgeven. Daar waar in het lager
onderwijs je voornamelijk een beperkt aantal leerkrachten elke week opnieuw
krijgt, zijn er in het secundair onderwijs veel meer leerkrachten. Per
onderwijsonderdeel is er een andere leerkracht. Een beperkt aantal leerkrachten
staan dus in voor een bepaalt vak en geven dit vak in elke richting waarbij het
in het lessenpakket zit.
Daarbij duurt nagenoeg elk onderwijsonderdeel slechts één à twee
lesuren. Als leerling zie je dus veel verschillende leerkrachten op één dag. De
meeste vakken worden gegeven in een vast klaslokaal. Dit is het klaslokaal dat
een bepaalde klas is toegewezen. Als je bijvoorbeeld in klas 6.1 of 6A zit, is
er een bepaalde klas voor 6.1 of 6A. Soms moet je je als leerling echter
begeven naar het lokaal waar het vak wordt onderwezen. Dit is het geval voor
bijvoorbeeld lessen zoals chemie, fysica of LO. Deze vakken worden namelijk
onderwezen in leslokalen die daarvoor zijn voorzien, zoals labo-apparatuur voor
chemie of sportmateriaal voor LO.
Geregeld kreeg ik de kans in mijn middelbaar onderwijs om op een creatievere manier taken te maken en deze taken te mogen presenteren. Graag deel ik een aantal filmpjes mee die ik zelf heb gemaakt voor enkele taken. Onderstaande filmpjes werden gemaakt voor mijn laatste leerjaren in VJC.
Boekentrailer voor het vak Nederlands in VJC
[Beide presentatie zijn een voorbeeld van summatieve beoordelingen. Summatieve beoordelingen zijn bijvoorbeeld portfolio's, spreekbeurten, verslagen, rapporten, proefwerken, schriftelijke overhoringen, schoolonderzoeken en examens.]
Presentatie eindwerk Esthetica in VJC
Sport
Zo waren er uiteraard ook een aantal LO-leerkrachten. Zowel in VMS
als SJB waren de lessen LO zeer actief. Dichtbij de school is er een groot
sportterrein, genaamd ‘De Basvelden’. Hier kan je tal van sportvelden voor
allerlei verschillende soorten sport vinden. Nagenoeg elke twee weken gingen we
voor de uren LO naar de basvelden om daar te sporten. Ook was er jaarlijks een
sportdag. Op deze sportdag konden de leerlingen zelf tal van activiteiten
kiezen. Dit werd op voorhand vastgelegd. Op voorhand werd er een keuzelijst
gegeven per jaar. Hoe hoger het leerjaar, hoe meer excentrieke mogelijkheden er
waren.
Zwaarbeladen onderwerpen
Het benoemen van de sportdag op SJB brengt me automatisch bij een onaangename ervaring in het middelbaar. Toen ik in het vierde middelbaar zat, werd er ons op de sportdag gemeld dat een medestudente de nacht voordien zichzelf van het leven had beroofd. Dit kwam voor alle leerlingen, ook leerlingen die deze studente niet hebben gekend, hard aan. Ook waren veel leerkrachten hier zichtbaar van aangedaan.
Wat opmerkelijk was is hoe het leerkrachtenkorps in samenwerking met de schooldirecteur na deze gebeurtenis hadden besloten zelfmoord te introduceren als een thema dat diende behandeld te worden in de godsdienstlessen. Voor deze gebeurtenis was de dood geen benoemd thema. Het onderwerp zelfmoord werd dan ook ten alle tijde gemeden. De dood en bij uitstek zelfmoord behoorden tot het nul-curriculum. Dit ligt uiteraard in lijn met de normen en waarden van de traditionele katholieke godsdienst, waar men enkel over de dood sprak in termen van aarde, hemel en hel en waar zelfmoord een taboe was. Na een gebeurtenis als deze kon echter niet het belang van dit thema genegeerd worden. Ook zelfmoord is een bittere realiteit in deze wereld.
[Het nul-curriculum is dat gedeelte van het curriculum dat expliciet niet geleerd wordt aan de leerlingen en studenten. Het zijn de onderwerpen en ervaringen die, al dan niet bewust, weggelaten worden in het curriculum. Over deze onderwerpen wordt er niet gesproken. Het zijn bepaalde waarden en inhoud die worden weggelaten uit het curriculum (Ornstein & Hunkins, 2016). Volgens Ornstein en Hunkins (2016) zouden onderwerpen die worden weggelaten van het curriculum, moeten worden weggelaten vanuit objectieve criteria en niet vanuit onwetendheid of het hebben van een bepaalde bias. Het thema zelfmoord is, net zoals seks en het spirituele, een goed voorbeeld van een onderwerp dat doorgaans wordt weggecijferd uit het curriculum. Bovenstaande voorbeeld over zelfmoord toont echter ook dat scholen mee dienen te gaan met de veranderingen in de samenleving: bepaalde thematieken behoren soms jarenlang tot het nul-curriculum, maar kunnen na velen jaren behoren tot het te behandelen en te studeren curriculum.]
Projecten
Elk jaar moesten de leerlingen van de TSO-richtingen een eigen
project uitbouwen met verschillende producten. De bedoeling hiervan was dat dit
project kon worden uitgevoerd op de speelplaats. Zo konden medeleerlingen
producten van deze projecten kopen.
Goed doel
Elk jaar werd er een actie voor het goed doel opgericht. De
bedoeling was om geld te verzamelen voor het desbetreffende goed doel. Zo
verkochten we ooit Damiaan stiften om de opbrengst aan de Damiaan-stichting te
geven. Een andere keer ondersteunde we de aankoop van een speciale rolstoel
voor mindervaliden. Ook dit is een vorm van impliciet curriculum, namelijk de manier waarop de school haar leerlingen bepaalde hooggewaardeerde normen en waarden van de samenleving meegeeft (Ornstein & Hunkins, 2016).
[Het uidragen van belangrijke normen en waarden in het onderwijs toont aan dat ook de samenleving een belangrijke speler is in het onderwijslandschap. De samenleving, met haar normatieve waarden, gedragingen, attitudes, tradities en gewoontes heeft een belangrijke invloed op onderwijs en het curriculum. Ook de samenleving is dus een belangrijke stakeholder voor het onderwijs.]
3.3.
Sterke discipline en ordehandhaving
Beide scholen stonden bekend voor hun streng, maar goed onderwijs.
Dit heb ik ook in de praktijk ervaren. Deze scholen stonden sterk op het
aanleren van discipline en orde aan hun leerlingen. Zo was er een uitgebreid
reglement over wat wel en niet mocht. Ook straffen bij het uiten van
niet-gewenst gedrag waren duidelijk genoteerd in het reglement. Als leerling
wist je dan ook al snel hoe je te gedragen. Tegen de ordehandhaving ingaan was
uiteraard spannend, maar betekende nagenoeg iedere keer een preek, boze
gezichten en straf.
Ik voelde me echter vaak ten onrechte gestraft en bekritiseerd
voor normale dagdagelijkse bezigheden van een kind. In VMS waren er
bijvoorbeeld strenge regels over het eten in de eetzaal. Tijdens de middagpauze moesten we buiten op de speelplaats allemaal per klas mooi in
de rij gaan staan. Daarna moesten we klas voor klas, in stilte, naar de eetzaal
wandelen. Soms stonden leerkrachten zelfs op verhogingen in de gang om in de
gaten te houden dat de stilte bewaard bleef. Eenmaal in de eetzaal moesten we
wachten totdat iedereen ergens zat, alvorens te mogen praten. Ook daar was er
echter strikt toezicht op een bepaalde mate van stilte. De toezichter stak één
vinger op wanneer het te luid werd. Als we dan niet stiller werden, stak de
verantwoordelijke twee vingers op. Indien het daarna nog steeds te luid of
zelfs luider werd, stak de toezichter drie vingers op. Drie vingers betekende
volledige stilte.
Ook was er streng toezicht op de keuze die leerlingen maakten qua
uiterlijk. Korte rokjes of kleedjes, mouwen die niet over de schouders kwamen,
blote buiken en dergelijke meer waren niet toegestaan. Indien er twijfel was
bij de kleding, moesten desbetreffende leerlingen een T-shirt of broek van de
school aantrekken. Leerkrachten kwamen bijvoorbeeld expliciet 'meten' of een
rokje of kleedje te kort waren. Zo mocht het rokje niet meer dan twee vingers
korter zijn, geteld vanaf kniehoogte. Daarnaast herinner ik me nog hoe een
leerling op een normale schooldag in het academiejaar een keer de toegang werd
geweigerd omdat hij zijn haar had geverfd. We zaten toen in het tweede
middelbaar, wat erop neer komt dat we 13 of 14 jaar oud waren. Desbetreffende
leerling had zijn haren reeds langere tijd in punkstijl. Die welbewuste dag dat
hij de toegang werd geweigerd, kwam hij naar school met een pas groen geverfde
hanenkam. Een echte punker dus. Ik herinner me nog goed hoe iedereen vol
verwondering aan hem kwam vragen hoe hij dat durfde en hoe hij bij het idee
kwam. Toen de leerkrachten het zagen was de pret echter snel voorbij. De
leerkrachten en directie waren er niet mee opgezet en hebben hem ‘vriendelijk’
gevraagd de school te verlaten en pas terug te komen wanneer zijn haren in en
‘normale’ kleur en stijl waren.
Indien de regels van de school werden overtreden, kreeg een
leerling een waarschuwing. Drie waarschuwingen betekende automatisch
strafstudie. Strafstudie bestaat eruit dat leerlingen na de officiële uren moeten
nablijven om hun straf ‘uit te zitten’. Zo moest ik ooit een aantal uren
nablijven op een woensdag namiddag, daar waar de lesdag op woensdag normaal
enkel tot de middag duurt. Gedurende mijn strafstudie zat ik samen met andere
leerlingen, die ook strafstudie hadden, in de eetzaal en moest ik een
woordenboek overschrijven.
Bij mijn overgang naar SJB heb ik me niet echt moeten aanpassen.
Ook SJB stond bekend om haar streng onderwijs. In deze school werd wel al wat
meer vrijheid gegeven aan de leerlingen, desondanks stond ook hier alles
duidelijk in de regels van het reglement.
SJB liet haar leerlingen meer los, waarschijnlijk voortbouwend op
het idee dat de leerlingen nu ook al twee jaar ouder zijn en meer hun eigen
verantwoordelijkheid kunnen nemen. Zo mochten we in SJB wél praten gedurende de
eetpauze in de eetzaal. Ook hier waren de regels duidelijk: in de eetzaal
mochten we praten, maar moesten we per klas blijven zitten. Tevens moest elke
klas een aantal verantwoordelijken aanduiden om de eetzaal na het eten op te
ruimen na etenstijd.
Ook was het ten alle tijde verboden om binnen te blijven tijdens
de speeltijd. In weer en wind moesten we elke speeltijd naar buiten, naar de
speelplaats, om daar onze pauze door te brengen.
[Het 'learnification'-proces van onderwijs was zichtbaar in VMS en SJB. Beide scholen leggen een focus op het leren, zodat het leren zo efficiënt en effectief mogelijk kan plaats vinden. Er wordt sterk ingezet op presteren. Dit doen beide scholen door een sterke orde- en disciplinehandhaving te hanteren. Het verborgen curriculum lijkt hierdoor aan te geven dat goede scores en punten het belangrijkste zijn. Het zwaartepunt werd gelegd op het presteren. Het verborgen curriculum zijn de ideeën en gedachtegoed die ontstaan uit de interacties tussen leerlingen onderling en de interacties tussen leerkrachten en leerlingen. Dit leek te betekenen dat correcte antwoorden, feiten, conform gedrag en beste punten halen belangrijker waren dan de materie begrijpen, ideeën opdoen, onafhankelijk gedrag en anderen helpen (Ornstein & Hunkins, 2016). Tussen de leerlingen begon er enige competities te ontstaat.]
3.4.
Evaluatie
Discipline gaat niet enkel over het hebben van regels en ervoor
zorgen dat leerlingen deze navolgen. SJB is ook een erg punctuele school. Ze
zijn erg stipt en nauwkeurig op hun evaluaties, zoals bijvoorbeeld testen en
examens. Leerlingen worden klaargestoomd om hun verantwoordelijkheid in het
eigen leerproces op te nemen. SJB hecht veel belang aan summatieve
beoordelingen. Leerlingen krijgen veel taken en testen, soms zelfs elk lesuur
van de dag één test.
Zowel testen, taken als examens waren duidelijk op niveau. Er werd
wat verlangt van de leerlingen. Uiteraard hield dit ook van leerkracht tot
leerkracht af. Er moeten bepaalde einddoelen bereikt worden, maar de manier
waarop een leerkracht dit aanpakt qua lesgeven en ondervragen op het examen,
bepaalt de leerkracht zelf. Zo herinner ik me nog dat er een paar zeer strenge
leerkrachten waren die wekelijks testen gaven. Van deze leerkrachten hadden
leerlingen ook vaak een bepaalde angst. Andere leerkrachten gaven dan weer
minder testen.
Deze manier van beoordeling was vaak zwaar. Toch heeft SJB me,
geheel onbewust voor mij op dat moment, voorbereidt op het nemen van mijn eigen
verantwoordelijkheid in mijn verdere onderwijsloopbaan. Ik heb geleerd mijn
leerstof tijdig te behandelen, een orde te handhaven in mijn (dagdagelijkse)
leven en gedisciplineerd te zijn in mijn professionele en persoonlijke
leven.
[Bij het maken van bepaalde beoordelingen van we uit van bepaalde eisen. Zonder het hebben van bepaalde eisen, is het onmogelijk een evaluatie uit te voeren. VMS en SJB richtten zich eerder op summatieve beoordelingen. Deze beoordelen zijn een vorm van evalueren om te kunnen beoordelen of een bepaalde set van eisen werden behaald. Er wordt een uitspraak gedaan die definitief is. Er wordt dus een definitief oordeel, gebaseerd op een optelling, gegeven. De beoordeling zal ons een plus of min afweging opleveren: iets is goed of iets iet niet goed, iets voldoen of iets voldoet niet. Aan het andere uiteinde van het continuüm zijn er de formatieve beoordelingen. Deze beoordelingen zijn een vorm van evalueren om te veranderen en verbeteren. Er wordt getracht de vorm te veranderen of de vorm te beïnvloeden. Met deze beoordeling wordt er kritiek geleverd waar de ander iets mee kan doen: hij of zij kan namelijk zijn gedrag aanpassen. Deze beoordeling geeft dus een blijk van waardering. De ontwikkeling van een verbeteringshouding is het doelt. Deze vorm van beoordelen geeft de leerkracht de mogelijkheid om vast te stellen waar een leerling verkeerd denkt of er een tekort aan kennis of vaardigheden is. Dit is echter een moeilijke opdracht voor leerkrachten van grote klassen. Hoe kan je immers elke leerling individueel beoordelen in grote klassen (Biesta, 2008; Normyo, 2017, in LeerWiki, 2017)?]
3.5.
Onderwijsvrijheid
Na het vierde middelbaar wilde ik van richting veranderen. De
richting die ik graag wilde doen, namelijk Humane Wetenschappen, was niet
beschikbaar op SJB. Ik moest veranderen van school om deze richting te kunnen
volgen. Zo koos ik er uiteindelijk voor om naar Hasselt te gaan. Ik koos voor
een school waar ik uiteindelijk zeer ongelukkig werd. Ik voelde me er niet
aanvaard en voelde me erg eenzaam. Al snel werd duidelijk dat de situatie niet
zou verbeteren. Samen met ouders zocht ik naar een nieuwe school. Op dat moment
was ik een 'bang musje', zoals mijn mama het uitlegde aan de bemiddelende
leerkrachten en directeurs van beide scholen.
Er werd besloten dat ik in het tweede trimester van school kon
veranderen. Ik zou overgaan naar het 'Virga Jessecollege (VJC) Hasselt'. Mede
door de ongebruikelijke manier en periode om van school te veranderen, ben ik
meermaals op persoonlijke gesprek geweest bij de directeur van mijn nieuwe
school. De wijze waarop rekening werd gehouden met mijn behoeften naar een
gelukkiger schoolleven zal ik nooit vergeten. Zo werd er een speciale
klassenraad georganiseerd met de twee bestaande klassen Humane Wetenschappen in
het VJC. De leerkrachten en directeur hebben tezamen een beslissing genomen
over in welke klas ik het beste zou passen om ervoor te zorgen dat ik weer
terug gelukkig kon worden. Ook werd ik de eerste tijd goed opgevolgd door de
directeur en de klasverantwoordelijke leerkracht van mijn nieuwe klas. Daar
waar ik bij mijn korte periode aan voorgaande school niet het gevoel had dat ik
werd geholpen of begeleid.
3.6.
Meer individuele vrijheid, minder discipline
VJC bleek al snel minder strikt dan SJB en liet meer vrijheid en
autonomie aan de leerlingen zelf over. Uiteraard was ik hier blij mee.
Desondanks verlangde ik vaak naar meer discipline in deze school. Ik besefte
dat leerlingen een bepaalde mate van discipline nodig hebben om zelf
gedisciplineerd te worden. Leerlingen brengen dan ook een groot aantal uren
door op hun school. Hierdoor zijn leerkrachten niet zomaar leerkrachten om les
te geven aan leerlingen, maar spelen zij ook een belangrijke rol in de algemene
opvoeding van jongeren. In een onderwijssysteem zoals deze in Vlaanderen, is
opvoeding dan ook een gedeelde verantwoordelijkheid van ouders en verschillende
instituten.
![]() |
Mijn allereerste schoolfoto |
![]() |
Eerste klasfoto in De Witte School |
[Het informeel niet-geplande curriculum zijn de socio-psychologische interacties tussen leerlingen of studenten en leerkrachten, me nadruk op gevoelens, attitudes en gedragingen (Ornstein & Hunkins, 2016).]
![]() |
De eerste klasfoto in mijn nieuwe school in Zonhoven |
![]() |
Het vijfde leerjaar lager onderwijs |
![]() |
Het zesde leerjaar (het laatste!) lager onderwijs |
[De Vrije Basisschool Lettermolen wilde de leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar leren hoe je zorg moest dragen voor anderen. Dit is een vorm van impliciet curriculum. Deze vorm van curriculum zijn de cognitieve - en sociale waarden die een school leert aan haar leerlingen (Ornstain & Hunkins, 2016).]
[Het verborgen curriculum is een deel van het curriculum dat leerlingen sowieso zullen leren, ook al staat het niet geschreven in het curriculum (Ornstein & Hunkins, 2016). Het ontstaat in de interacties tussen leerlingen onderling en tussen leerkrachten en leerlingen. Deze interactie brengt bepaalde ideeën naar boven (Ornstein & Hunkins, 2016).]
![]() |
Twee bovenstaande foto's: eerste leerjaren secundair onderwijs in de 'onderbouw' |
![]() |
Twee bovenstaande foto's: vervolgopleiding secundair onderwijs in de 'bovenbouw' |
[Beide presentatie zijn een voorbeeld van summatieve beoordelingen. Summatieve beoordelingen zijn bijvoorbeeld portfolio's, spreekbeurten, verslagen, rapporten, proefwerken, schriftelijke overhoringen, schoolonderzoeken en examens.]
Het benoemen van de sportdag op SJB brengt me automatisch bij een onaangename ervaring in het middelbaar. Toen ik in het vierde middelbaar zat, werd er ons op de sportdag gemeld dat een medestudente de nacht voordien zichzelf van het leven had beroofd. Dit kwam voor alle leerlingen, ook leerlingen die deze studente niet hebben gekend, hard aan. Ook waren veel leerkrachten hier zichtbaar van aangedaan.
Wat opmerkelijk was is hoe het leerkrachtenkorps in samenwerking met de schooldirecteur na deze gebeurtenis hadden besloten zelfmoord te introduceren als een thema dat diende behandeld te worden in de godsdienstlessen. Voor deze gebeurtenis was de dood geen benoemd thema. Het onderwerp zelfmoord werd dan ook ten alle tijde gemeden. De dood en bij uitstek zelfmoord behoorden tot het nul-curriculum. Dit ligt uiteraard in lijn met de normen en waarden van de traditionele katholieke godsdienst, waar men enkel over de dood sprak in termen van aarde, hemel en hel en waar zelfmoord een taboe was. Na een gebeurtenis als deze kon echter niet het belang van dit thema genegeerd worden. Ook zelfmoord is een bittere realiteit in deze wereld.
[Het nul-curriculum is dat gedeelte van het curriculum dat expliciet niet geleerd wordt aan de leerlingen en studenten. Het zijn de onderwerpen en ervaringen die, al dan niet bewust, weggelaten worden in het curriculum. Over deze onderwerpen wordt er niet gesproken. Het zijn bepaalde waarden en inhoud die worden weggelaten uit het curriculum (Ornstein & Hunkins, 2016). Volgens Ornstein en Hunkins (2016) zouden onderwerpen die worden weggelaten van het curriculum, moeten worden weggelaten vanuit objectieve criteria en niet vanuit onwetendheid of het hebben van een bepaalde bias. Het thema zelfmoord is, net zoals seks en het spirituele, een goed voorbeeld van een onderwerp dat doorgaans wordt weggecijferd uit het curriculum. Bovenstaande voorbeeld over zelfmoord toont echter ook dat scholen mee dienen te gaan met de veranderingen in de samenleving: bepaalde thematieken behoren soms jarenlang tot het nul-curriculum, maar kunnen na velen jaren behoren tot het te behandelen en te studeren curriculum.]
Projecten
[Het uidragen van belangrijke normen en waarden in het onderwijs toont aan dat ook de samenleving een belangrijke speler is in het onderwijslandschap. De samenleving, met haar normatieve waarden, gedragingen, attitudes, tradities en gewoontes heeft een belangrijke invloed op onderwijs en het curriculum. Ook de samenleving is dus een belangrijke stakeholder voor het onderwijs.]
[Het 'learnification'-proces van onderwijs was zichtbaar in VMS en SJB. Beide scholen leggen een focus op het leren, zodat het leren zo efficiënt en effectief mogelijk kan plaats vinden. Er wordt sterk ingezet op presteren. Dit doen beide scholen door een sterke orde- en disciplinehandhaving te hanteren. Het verborgen curriculum lijkt hierdoor aan te geven dat goede scores en punten het belangrijkste zijn. Het zwaartepunt werd gelegd op het presteren. Het verborgen curriculum zijn de ideeën en gedachtegoed die ontstaan uit de interacties tussen leerlingen onderling en de interacties tussen leerkrachten en leerlingen. Dit leek te betekenen dat correcte antwoorden, feiten, conform gedrag en beste punten halen belangrijker waren dan de materie begrijpen, ideeën opdoen, onafhankelijk gedrag en anderen helpen (Ornstein & Hunkins, 2016). Tussen de leerlingen begon er enige competities te ontstaat.]
[Bij het maken van bepaalde beoordelingen van we uit van bepaalde eisen. Zonder het hebben van bepaalde eisen, is het onmogelijk een evaluatie uit te voeren. VMS en SJB richtten zich eerder op summatieve beoordelingen. Deze beoordelen zijn een vorm van evalueren om te kunnen beoordelen of een bepaalde set van eisen werden behaald. Er wordt een uitspraak gedaan die definitief is. Er wordt dus een definitief oordeel, gebaseerd op een optelling, gegeven. De beoordeling zal ons een plus of min afweging opleveren: iets is goed of iets iet niet goed, iets voldoen of iets voldoet niet. Aan het andere uiteinde van het continuüm zijn er de formatieve beoordelingen. Deze beoordelingen zijn een vorm van evalueren om te veranderen en verbeteren. Er wordt getracht de vorm te veranderen of de vorm te beïnvloeden. Met deze beoordeling wordt er kritiek geleverd waar de ander iets mee kan doen: hij of zij kan namelijk zijn gedrag aanpassen. Deze beoordeling geeft dus een blijk van waardering. De ontwikkeling van een verbeteringshouding is het doelt. Deze vorm van beoordelen geeft de leerkracht de mogelijkheid om vast te stellen waar een leerling verkeerd denkt of er een tekort aan kennis of vaardigheden is. Dit is echter een moeilijke opdracht voor leerkrachten van grote klassen. Hoe kan je immers elke leerling individueel beoordelen in grote klassen (Biesta, 2008; Normyo, 2017, in LeerWiki, 2017)?]
![]() |
De 'grappige' klasfoto van het laatste leerjaar middelbaar, ter illustratie van de lossere aanpak op deze school. |
3.7. Raad voor ouders
[Niet enkel de onderwijskoepels of onderwijsnetten zijn belangrijke partners in het onderwijslandschap. Ook de onderwijsinstelling, directeur, lerarenkorps, ouders en leerlingen zijn belangrijke partners (stakeholders) in de vormgeving van het onderwijs en het curriculum (Biesta, 2008; Ornstein & Hunkins, 2004; Ornstein & Hunkins, 2016).]
Het VJC hechtte veel waarde aan de betrokkenheid van de ouders van
haar leerlingen. Zo was er een actieve ouderenraad. Deze raad bestond enkel uit
ouders van kinderen die naar het VJC gingen. Elke ouder, ongeacht de leeftijd
of het leerjaar van het kind, kon vrijwillig lid zijn van deze raad. De raad kwam
meermaals per jaar samen. Ook werd er in naam van deze raad reclame verspreid
waarin hun missie en visie duidelijk werd gemaakt. De raad werd actief
betrokken bij beslissingen die de schooldirecteur en het lerarenkorps namen. Zo
zaten de ouderenraad, leerkrachten en directeur meermaals samen om het beleid
van de school te evalueren.
3.8. Schoolreizen
De laatste drie jaren van het secundair onderwijs wordt bij veel middelbare
scholen gepromoot om deel te nemen aan een schoolreis.
In SJB heb ik één schoolreis meegedaan, namelijk de reis naar
Parijs. Jaarlijks werd deze reis georganiseerd voor de leerlingen van het
vierde middelbaar. Het was een ‘verplichte’ reis en vond dan ook plaats door de
week. Indien je niet mee kon omwille van een goede reden, moest je verplicht
aanwezig zijn op school op de reguliere schooluren. Er werd je als leerling dan
een taak gegeven.
SJB organiseert ook nog een reis naar Londen voor de leerlingen
van het vijfde middelbaar en de welbekende ‘Rome-reis’ voor de leerlingen van
het zesde middelbaar. Enkel de reis naar Rome werd georganiseerd in een
vakantie. Aangezien ik SJB verliet na het vierde middelbaar, heb ik deze reizen
niet meegedaan.
Ook VJC organiseerde reizen. Bij de organisatie van deze reizen
had ik als individuele leerling echter het gevoel dat het minder ‘verplicht’
was. Ook VJC organiseerde een reis naar Parijs in het vierde middelbaar. Ook
hier werd deze reis georganiseerd op normale schooldagen. Daarnaast was er in
het vijfde - en zesde middelbaar de mogelijkheid om geheel vrijblijvend te
participeren aan verschillende reizen die werden georganiseerd in de vakanties.
Zo kon je bijvoorbeeld kiezen om te gaan skiën of naar Rome te gaan.
Ik heb deelgenomen aan de reis naar Parijs, georganiseerd door
VJC. Het mooie aan deze reis, t.o.v. deze georganiseerd door SJB, was dat de
leerlingen zélf een grote hand hadden in de organisatie ervan. Zo heb ik
deelgenomen aan de leerlingenraad die de Parijs-reis zou organiseren. Wij
mochten zelf verschillende trajecten opstellen. In deze trajecten werd
duidelijk welke delen van Parijs werden bezocht, welke monumenten op welke
dagen. Informatieboekjes werden opgesteld per traject. Daarna stelde ik de
verschillende trajecten voor in mijn klas en moesten we stemmen welk traject
wij als één klas wilde afleggen.
3.9.
Passie voor lezen
Ik heb altijd graag gelezen. In het zesde middelbaar werd me de
mogelijkheid gegeven om deel te nemen aan de ‘Inktaap’. In het zesde leerjaar
mochten een aantal leerlingen per klas hieraan deelnemen. Aangezien ik de enige
vrijwilliger van mijn klas was, mocht ook ik deelnemen.
[Het belang van lezen en leesvaardigheid werd op deze manier via niet-gepland informeel curriculum benadrukt. De socio-psychologische interactie tussen leerlingen en studenten die samen de mogelijkheid kregen deel te nemen aan de 'Inktaap', met nadruk op gevoelens, attitudes en gedragingen, bracht dit teweeg (Ornstein & Hunkins, 2016).]
Gedurende een aantal maanden kwamen we één keer per week samen
tijdens de lunchpauze. Elk jaar moeten deelnemende leerlingen van het secundair
onderwijs over heel Nederland en België een aantal boeken lezen. Per klas moet
er dan een soort van kritische recensie per boek worden geschreven. De
deelnemende leerlingen van alle scholen mogen daarna op een event in Nederland
mee debatteren over de boeken. Ook enkele auteurs waarbij hier aanwezig. Een
heus avontuur voor iemand die graag leest!
3.10.
Chrysostomos (x-mos ) / 100 dagen
De laatste 100 dagen van het middelbaar onderwijs worden op veel
plaatsen in middelbare scholen gevierd door een event. Dit aangezien het de
laatste dagen in het secundair onderwijs zijn. Ook VJC organiseerde zo een
bekende x-mos voor hun leerlingen van het zesde middelbaar.
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEgAPu_mxZ7CcZzPjS0hc66YfN6P-Syy47dE7vQyykopuJ-o4dDfR2220MgoHQ1Ah1PJZAaEo8u3QtUD-hL11gGrpMIfdzG7Er2-5Ym7W85c6E8ISJH0uMpCHRO5M_1s-L9cYbg5vxt4drYi/s320/62946_10202392831254979_2072676021_n.jpg)
X-mos VJC
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEiabusbKGhuicZ6hLae5mZ9Vx9nsc43AK31sebhYXy27Bifrl0aUvZ5xr65ua7b6cf05pNLOrt9Suytd8uHf12pH9b84wUnbJe_fCwnrYcCcvM84YmuBky3JCw6Wx5c6PylnXPUBJ7GK7ES/s320/1545844_663041257086714_384568274_n.jpg)
Klas van het zesde leerjaar in het thema van X-mos: het leger
In VJC kregen we als leerlingen veel inspraak in de organisatie
van dit event. Elk jaar wordt er een nieuw thema gekozen. Het thema van mijn
jaar was ‘het leger’. Op voorhand werd er een promofilmpje voor x-mos VJC
gemaakt. Er werd één filmpje gemaakt voor het gehele zesde middelbaar. Dit was
een heuse organisatie. Elke klas moest zijn eigen bewegingen bedenken en een
cameraman maakte gedurende dit een ‘rondreisje’ door het schoolgebouw. Ook werd
er een filmpje gemaakt per klas van het zesde middelbaar.
Filmpje van mijn klas in het zesde leerjaar voor x-mos
De dag zelf was er een ontbijt op school en mochten we de andere
leerlingen van de school ontvangen met lippenstift en confetti, uiteraard met
de bedoeling hun mooi te schilderen. Daarna was er een optreden in het andere
gebouw van de school, namelijk het schoolgebouw voor de eerste vier leerjaren
van graad 1 en 2 van het middelbaar onderwijs. Aangezien zij een grotere
speelplaats hebben, werd het concert hier georganiseerd. Daarnaast was er een
doortocht doorheen Hasselt centrum, met veel lawaai en plezier. ’s Avonds was
er ook nog een fuif. De volgende dag kregen we een dagje vrij.
4.
Hoger onderwijs
4.1.
Voor mijn studies
Reeds in het vijfde middelbaar was ik veel bezig
met mijn keuze voor het hoger onderwijs. Ik werd bij het maken van deze keuze
goed begeleid door mijn ouders en leerkrachten op het middelbaar onderwijs. Mijn
keuze was snel gemaakt toen ik eenmaal uit kwam bij de studierichting Agogische
Wetenschappen. Zoals eerder aangegeven had ik reeds bepaalde vooroordelen over
Brussel en had ik dus nooit verwacht dat ik uiteindelijk in Brussel terecht zou
komen. Ik heb in de afgelopen vier jaar echter nog geen enkele minuut spijt gehad
van mijn keuze om mijn studies in Brussel te volgen.
Reeds voor ik effectief begon te studeren aan de
VUB, waren mijn verwachtingen van deze onderwijsinstelling positief. Zo heb ik
de kans gekregen een VIP-dag mee te lopen met een studente Agogiek toen ik nog
in het zesde middelbaar zat. Ook heb ik deelgenomen aan de voorbereidingscursus
van wiskunde, aangezien ik bang was dat statistiek te moeilijk ging zijn voor
mij. Daarnaast heb ik op de infodag ook nog een rondleiding gekregen door
enthousiaste studenten. Ik had dan ook en een goed gevoel bij de VUB en heb
reeds op voorhand op een positieve manier kennis kunnen maken met de diensten.
4.2.
Activiteiten
Agogische Wetenschappen is een zeer praktijkgerichte opleiding. Al
in het eerste bachelorjaar krijgen de studenten de opdracht om met de gehele
klasgroep een event te organiseren. Wij kregen, zoals de voorgaande studenten,
de opdracht om een cultuurweek te organiseren. De studenten werden in groepen
verdeeld en elke groep moest een eigen event vormgeven. Ik heb meegeholpen aan
de uitbouw van kotconcerten. Ik herinner me nog goed hoe ik gedurende het
academiejaar mezelf zeer onzeker voelde over kotconcerten en de cultuurweek. Ik
voelde me simpelweg niet gevormd genoeg om samen met andere medestudenten die
zelf ook pas begonnen te studeren zo een event zelf te moeten organiseren met
minimale begeleiding. Hoe langer ik echter studeer aan de VUB, hoe meer ik
besef dat dit net is wat agogiek moet zijn: geworpen worden in een gegeven
situatie, zonder veel middelen of mogelijkheden en proberen ‘te roeien met de
riemen die we hebben.’ Achteraf gezien ben ik heel blij dat ik deze ervaring
rijker ben.
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEgXPHjLP2yZ6BVGG0REcrM7EVKubuhS_yri1BMP6HCTywX0Ifgob7YNutke10qT_LqRZPJ0A47hD8Se02yCclmDAT6U0MdJY36cTDsSAn2EdlFRStjou9nHtsQUNxWtBx7mUO1XjTCm4sPp/s320/11295915_10205074486480891_780923238540302699_n.jpg)
Bovenstaande foto's: sfeerbeelden Citybeats en Kotconcerten
Daarnaast heb ik reeds meerdere malen zeer interactieve lessen
gehad. Het gaat hierbij verder dan samen met de leerkracht in dialoog en
interactie gaan. Zo waren er ook lessen waarin we als studenten fysiek moesten
bewegen, zoals in onderstaande foto waarin we geweldloze communicatie als dans
uitvoerde. Dit middels de Ciamande kunst, over de grenzen heen onderwezen door
Randy Van Zichem. De relatie leerkracht-leerling binnen agogiek is zeer klein.
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEhho5Gv4BjhjUAVCih4aKvOOYkOoq1kiIH1zsXijuTXCSJxq087zYWzCnQkIekmadisE9FAPBVcUF-cqUxoOwX084fcyp_Je88Rsg0ySIgNTXLkKGPL8z0zPtUbDp1AzwILAzwmamH__pXg/s400/12096064_1059257074114922_5429742535960612460_n.jpg)
Ciamande in eerste bachelor Agogiek VUB
Hiermee is ook meteen de link gelegd naar internationaliteit. De VUB
zet als onderwijsinstelling, binnen grotere Europese doelstellingen, sterk in
op mobiliteit en internationalisering. Niet enkel zijn er veel internationale
studenten die les komen volgen aan de VUB, ook zijn er veel Belgische studenten
die via de VUB en hun studies een internationale ervaring beleven. Ik ken tal van
studenten die op Erasmus zijn vertrokken, hun stage in het buitenland hebben
gevolgd of hun thesis in het buitenland hebben geschreven. Ook binnen agogiek
wordt er sterk ingespeeld op internationalisering. Een welbekend land voor de
studenten agogiek is Suriname.
In het tweede bachelorjaar moesten we opnieuw met de gehele klasgroep een activiteit organiseren. We moesten Brussel in beeld brengen. In die periode, namelijk academiejaar 2015-2016, was er reeds meermaals negatief gesproken over de stad Brussel. Daarom dan ook dat de studenten onderling besloten om Brusselaars zelf in beeld te brengen en hun zelf aan het woord laten om te vertellen wat zij nu eigenlijk zelf van Brussel vinden. Met andere woorden werd er gewerkt vanuit het bottom-up principe. Dit principe is algeheel bekend, maar is ook zeer duidelijk iets waarvan verwacht dat agogen het in een vergevorderde manier kunnen inzetten in het werkveld.
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEhAp9G9UnAy__X1IkEvX5dkn6a0Vn0tnMIKdhKB_QZbqVhPKKkHvL8FlLg0Z3dNhz9e6Rh1LWF02rFPTWC2dQnWpF_DP6-7fug3K3khpM-gMlUgHbfh5bSTCyBleqH4vXs7lQkntVilCaGP/s320/agologie+-+a+day+of+diversity.jpg)
A Day of Diversity in Brussels
Brussel aan het woord - A Day of Diversity
Door studenten Agogische Wetenschappen
[Het belang van lezen en leesvaardigheid werd op deze manier via niet-gepland informeel curriculum benadrukt. De socio-psychologische interactie tussen leerlingen en studenten die samen de mogelijkheid kregen deel te nemen aan de 'Inktaap', met nadruk op gevoelens, attitudes en gedragingen, bracht dit teweeg (Ornstein & Hunkins, 2016).]
![]() |
X-mos VJC |
![]() |
Klas van het zesde leerjaar in het thema van X-mos: het leger |
In VJC kregen we als leerlingen veel inspraak in de organisatie van dit event. Elk jaar wordt er een nieuw thema gekozen. Het thema van mijn jaar was ‘het leger’. Op voorhand werd er een promofilmpje voor x-mos VJC gemaakt. Er werd één filmpje gemaakt voor het gehele zesde middelbaar. Dit was een heuse organisatie. Elke klas moest zijn eigen bewegingen bedenken en een cameraman maakte gedurende dit een ‘rondreisje’ door het schoolgebouw. Ook werd er een filmpje gemaakt per klas van het zesde middelbaar.
![]() |
Bovenstaande foto's: sfeerbeelden Citybeats en Kotconcerten |
Daarnaast heb ik reeds meerdere malen zeer interactieve lessen gehad. Het gaat hierbij verder dan samen met de leerkracht in dialoog en interactie gaan. Zo waren er ook lessen waarin we als studenten fysiek moesten bewegen, zoals in onderstaande foto waarin we geweldloze communicatie als dans uitvoerde. Dit middels de Ciamande kunst, over de grenzen heen onderwezen door Randy Van Zichem. De relatie leerkracht-leerling binnen agogiek is zeer klein.
![]() |
Ciamande in eerste bachelor Agogiek VUB |
Hiermee is ook meteen de link gelegd naar internationaliteit. De VUB zet als onderwijsinstelling, binnen grotere Europese doelstellingen, sterk in op mobiliteit en internationalisering. Niet enkel zijn er veel internationale studenten die les komen volgen aan de VUB, ook zijn er veel Belgische studenten die via de VUB en hun studies een internationale ervaring beleven. Ik ken tal van studenten die op Erasmus zijn vertrokken, hun stage in het buitenland hebben gevolgd of hun thesis in het buitenland hebben geschreven. Ook binnen agogiek wordt er sterk ingespeeld op internationalisering. Een welbekend land voor de studenten agogiek is Suriname.
In het tweede bachelorjaar moesten we opnieuw met de gehele klasgroep een activiteit organiseren. We moesten Brussel in beeld brengen. In die periode, namelijk academiejaar 2015-2016, was er reeds meermaals negatief gesproken over de stad Brussel. Daarom dan ook dat de studenten onderling besloten om Brusselaars zelf in beeld te brengen en hun zelf aan het woord laten om te vertellen wat zij nu eigenlijk zelf van Brussel vinden. Met andere woorden werd er gewerkt vanuit het bottom-up principe. Dit principe is algeheel bekend, maar is ook zeer duidelijk iets waarvan verwacht dat agogen het in een vergevorderde manier kunnen inzetten in het werkveld.
![]() |
A Day of Diversity in Brussels |
Door studenten Agogische Wetenschappen
Ik had altijd de droom om naar het buitenland te trekken in het kader van mijn studies. Wat, waar en hoe wist ik echter niet totdat ik mijn allereerste les kreeg van Prof. Vanwing in het eerste bachelorjaar. Hij vertelde ons namelijk over Suriname, een land in Zuid-Amerika. Ik was meteen verkocht aan het land en heb gedurende de volgende academiejaren volop onderzocht wat mijn mogelijkheden zijn. Uiteindelijk ben ik in 2016 vertrokken op buitenlandse stage naar Suriname. Ook nu denk ik nog met positieve gedachten terug aan Suriname. Door deze ervaring ben ik voornamelijk persoonlijk gegroeid op een manier dat niet was gelukt als ik mijn stage in België zou hebben gedaan. Ik heb dan misschien wel niet dezelfde doorgedreven professionele ontwikkeling meegemaakt die veel van mijn medestudenten hebben gehad, maar ik ben ervan overtuigd dat ik op een andere manier ook professioneel ben gegroeid. Mijn kennis over het Belgische werkveld voor agogen is niet verbreed, wel weet ik nu wat ik later zou willen doen en weet ik in welke sfeer ik mezelf zou kunnen aarden in het werkveld.
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEiz-JDv24Aia5PsMhzY9GZ0F4W-xAboAnColFffUQcKMPJwXuYGDgyyFDehPTlXhihcSViCUd_S0TAni1Y1QOp1vQaA_WJvmuhqSPhlqfhQcgdW9D5AEkh-f0Zai1K3Hvxu_VFtm5cMIGHA/s320/20160823_094457.jpg)
Op mijn stageplaats
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEjoX09ShHW6zeTR_4bcDW6VoyewV8fdt0kg2Fk-0wSzvpp82R2kzNWHOFvGpkR1PCkV33K7uCidNvs7_5p9H2i80lPMeLDbnnCxCH3mhyphenhyphen29g8uRsNcQRuySopzzE6v9aFbhX_nElbZPx9__/s320/20160903_134745+-+kopie.jpg)
Werkbezoek aan het binnenland
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEgHJ_UCuGVVHGIAZnuwbe1SVA1LN009f7_4FNbQ2OHeoe62ItcTQAfaT3SFwflaDaeCpFvxcrPP0adahBCoKxSrCTUyLnmx9O2eCuFGXZSjPRIzJrgW5RjKGQQOcqyrsXV3Vxn8i0wXAWEQ/s320/20160903_163752+-+kopie.jpg)
Veldonderzoek: onderzoek bij lokale radiostations
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEibTmSWtW2aVSflsdxIyPO6j3t7Q8YsCCJ9XMa5zfLhPXg1FvDfU09hxU2aYdA5euViWjkKRHb3489nSiGfjObtEJjt3tHqr1DUIJ1eAiwDvW9umzfBIdeVstSfbgZ2qqeGKg83FO_zBEGQ/s320/20160906_151113+-+kopie.jpg)
Theoretische verwerking op mijn stageplaats
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEgk_ABiOtmeDQdbSL4LpmJbPWAcQ1qrTvRtFMfTkNcBMEQmW9ogWv6qdQK4znumzNi1gUpaPTJ5XvVzZhyDh4twX1471mQPyy4eIHr2kAljSxB62ifD9SDVKxfEeSOOUfink1xcDf-bd4g3/s320/20160910_144715+-+kopie.jpg)
Werkbezoek
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEjVVuFfq2Ll3Or-WRijP2GU6abKI2aUJ4QU40zuor8PuiB5w9QRHAuQxafEjmohEEvy-O9oH_dcOYDVpbjKVtEHhOZDrV3AWLy3RnpOXIZi3QH-hygo_z5yyxS-uopkj9WF3DjGjsSAjoEl/s320/20160910_185306.jpg)
Veldonderzoek: onderzoek bij lokale radiostations
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEgXZZt6sZyY9qzzDwJFAEM54Qqp1nK3w9gu04ZPdNxts_rvL8GTeLnT_pXAyP-RhNosUFcRqwagSxIuUr0nt0CZ7NsGc322l-179rBRGkuwd2lAyUDglTpnxfWUBoCMl2dYYE87nW0docUg/s320/20161009_104919.jpg)
Trip naar het binnenland in mijn vrije tijd
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEhVol3CqA9XSu0txAxMv5jWQjEV7hFi7lU_kh31JUJ-swY0oiDL_tx3dBORB2EUPNsjwNlmhi_Ui2fp7rrPw3nj_1GLQWn4qPmOOou5cUvS2hIY8c674U6QlQbhEzuQLY8-x6QQ4neaw775/s320/IMG-20160823-WA0014.jpg)
Op mijn stageplaats
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEjKaez0ho_UWPPGgBFYq_uvSB9z8fKsODS-M2sKi4oxS5YyPFToQGa5abrb62UQnNzQ1jb01_Wk8h55yMkiXLqmGY9BUgiHCglEsbw-5lxdNMdZj1HPQvVkwKBndAi6rg_m3S-C4Rqrg7qE/s320/IMG-20161009-WA0021.jpg)
Trip naar het binnenland in mijn vrije tijd
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEhXFKdIdYFzLQ9Rgm-mEK_TjU5PjdPtsnUDWZxVKKR4WdamZpXuRxhxCMG3Z0-mZRsSpAJidcEeXPfbG85Vdhfcu5H0tsNsdFSQKDWKndy4y8oTl0O8pQ2smVnMvQA6rNShFVHF6jQAiupK/s320/IMG-20161011-WA0010.jpg)
Afscheid nemen van mijn stageplaats
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEi9UJGAfFQICM1J13qCjWnCWgekTISJ6ABoczTo3s6ax1yYpkGEbPKogQOsuK5_GLbjb9Tpmgr1ycfR_30TTD9D3b1vVhRr9I99_mWBvRqs7nqKIYygIrLYXE2u7ra1jWFm3cWZ2_rBPZN1/s320/IMG-20161018-WA0007.jpg)
Presentatie op het einde van mijn stageverblijf
![](https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEjOKZqZmBHGI65KHXXNJU9SopMs3QAbna2ug8AGhFXzdkbdYLCwkdljJrCgB9BQLd3TuC-bqoral38hDTM8gHCoQCFG3oe5GJy_v_ekz0v8B58-iojxCIERqI7FEpzuvFdCjiSL0fvAzWTn/s320/IMG-20161031-WA0026.jpg)
Afscheidscadeau van mijn stageplaats
![]() |
Op mijn stageplaats |
![]() |
Werkbezoek aan het binnenland |
![]() |
Veldonderzoek: onderzoek bij lokale radiostations |
![]() |
Theoretische verwerking op mijn stageplaats |
![]() |
Werkbezoek |
![]() |
Veldonderzoek: onderzoek bij lokale radiostations |
![]() |
Trip naar het binnenland in mijn vrije tijd |
![]() |
Op mijn stageplaats |
![]() |
Trip naar het binnenland in mijn vrije tijd |
![]() |
Afscheid nemen van mijn stageplaats |
![]() |
Presentatie op het einde van mijn stageverblijf |
![]() |
Afscheidscadeau van mijn stageplaats |
4.3.
Sfeer
De laagdrempeligheid om contact te kunnen zoeken
met professoren zint mij. Ik voel me aan de VUB niet als student nummer zoveel,
maar als een student met een naam. Doorheen mijn schoolloopbaan aan de VUB heb ik dan
ook nooit getwijfeld om contact op te nemen met proffen wanneer ik zat met een
vraag. Ook na de lessen naar een professor stappen met mijn vragen is voor mij
geen probleem. Ik kan niet oordelen of dit minder of evenzeer zo is aan andere
hoger onderwijsinstellingen, maar in ieder geval heb ik mede door deze manier
van aanpak me goed kunnen aarden als student in het leven en op de VUB.
[Het impliciet curriculum van de VUB leert studenten democratische waarden aan. De VUB wil dat elke student toegang heeft tot het onderwijs door het onderwijs aan te passen aan de individuele student. Het concept of ontwerp is onderwijs op maat. Dit probeert de VUB te bewerkstelligen en verder te ontwikkelen door in te zetten op individuele begeleiding van studenten, onderwijs in kleine groepen en een laagdrempelig contact met het academisch personeel (VUBToday, 2017). De term 'onderwijs op maat' is tevens een illustratie van het 'learnification'-proces van het onderwijs: het leren en de lerenden zijn belangrijk (Biesta, 2008).]
De manier van lesgeven van proffen, met passie voor
hun specifieke kennis, heeft me reeds vanaf het eerste jaar aan de VUB
gegrepen. Zo zeer dat ik zelf hoop op een toekomst binnen onderzoek.
5.
Bewogen onderwijstraject versus sociale context
Mijn onderwijsloopbaan in het lager - en secundair onderwijs is
verre van een modeltraject binnen het Vlaamse onderwijssysteem. Ik heb
meermaals de beslissing genomen om te veranderen van school, en als bijgevolg
ook een verandering van omgeving en context. Het is opmerkelijk hoe vrij je als
leerling of student en ouders hierin bent. Mijn bewogen traject is dan ook een
mooi voorbeeld van de passieve onderwijsvrijheid die geldt in en voor het
Belgische onderwijs. Ondanks mijn bewogen traject, heb ik een mooi traject
kunnen afleggen, zonder al te veel studievertraging op te lopen. Een relatief
succesvolle schoolloopbaan zou men het kunnen labelen.
Ik ben ervan overtuigd dat dit komt door de goede begeleiding die
ik altijd heb gekregen van thuis uit. Mijn ouders stonden altijd achter mijn
studies. Mijn mama heeft een belangrijke rol gespeeld. Ze heeft me altijd
ondersteund en begeleid. Ze luisterde en luistert steevast naar mijn verhalen.
Ook zorgde ze voor extra begeleiding indien bleek dat er moeilijkheden waren.
Tevens werd ik ook altijd goed ondersteund door leerkrachten. Voor het
merendeel van mijn schoolloopbaan kan ik aannemen dat leerkrachten in mij
geloofden. Ook dit heeft me gebracht bij het punt waar ik nu sta.
Hoe langer ik studeer op de VUB, hoe meer ik besef dat deze
ondersteuning en begeleiding niet altijd mogelijk is voor alle studenten.
Gedurende mijn studies op de VUB heb ik dan ook veel wetenschappelijke
publicaties gelezen waarin duidelijk wordt dat, ondanks de vele investeringen door de overheid in het scheppen van gelijke kansen voor alle kinderen en jongeren, niet elk kind of jongere evenveel mogelijkheden heeft om gelijkwaardig te zijn aan anderen. zowel onderzoek als internationale cijfers wijzen uit dat de sociaaleconomische achtergrond van leerlingen en studenten een belangrijke rol speelt in de mogelijkheden die ze krijgen. Ondanks het scheppen van condities waarin elke leerling of student geacht wordt evenveel kansen te krijgen, begint niet elke leerling of student met een gelijke start, waardoor er een bepaalde achterstand wordt opgelopen. Deze achterstand wordt enkel groter naar mate de leerling of student vordert in de schoolloopbaan (Spruyt, 2016). In
deel 1 heb ik reeds aangegeven dat het Belgische onderwijs (zowel Vlaanderen
als Wallonië) in internationale cijfers zeer slechts scoort wat betreft
(re)productie van ongelijkheid in en door het onderwijs. Dit toont het verschil tussen kansengelijkheid en gelijk(wardig)heid.
[Het impliciet curriculum van de VUB leert studenten democratische waarden aan. De VUB wil dat elke student toegang heeft tot het onderwijs door het onderwijs aan te passen aan de individuele student. Het concept of ontwerp is onderwijs op maat. Dit probeert de VUB te bewerkstelligen en verder te ontwikkelen door in te zetten op individuele begeleiding van studenten, onderwijs in kleine groepen en een laagdrempelig contact met het academisch personeel (VUBToday, 2017). De term 'onderwijs op maat' is tevens een illustratie van het 'learnification'-proces van het onderwijs: het leren en de lerenden zijn belangrijk (Biesta, 2008).]
De manier van lesgeven van proffen, met passie voor hun specifieke kennis, heeft me reeds vanaf het eerste jaar aan de VUB gegrepen. Zo zeer dat ik zelf hoop op een toekomst binnen onderzoek.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten